De oude binnenvaart in Zeeland
Van het Zeeuws maritiem erfgoed is helaas weinig bewaard gebleven. De restauratie van oude monumentale schepen is in Zeeland laat op gang gekomen, dit in tegenstelling tot andere delen van het land. Toch is het bemoedigend dat er sedert enkele jaren een kentering is waar te nemen in Zeeland. Verschillende oude bedrijfsvaartuigen worden in stichtingsverband gerestaureerd.
In november 2002 is door Gedeputeerde Staten van Zeeland het Platform Maritiem Erfgoed Zeeland in het leven geroepen. Dit Platform kan de Provincie Zeeland adviseren op het gebied van Maritiem Erfgoed. Eén van de werkzaamheden die het Platform al heeft ondernomen is het inventariseren van ex-bedrijfsvaartuigen, ouder dan 50 jaar, welke nog een ligplaats hebben in Zeeland.
Het Zeeuws Maritiem Erfgoed
Zeeland is tot 1860 geheel afhankelijk geweest van de scheepvaart voor het transport van goederen en personen over water. Uit historisch onderzoek blijkt dat rond het jaar 1300 al 2500 zeeschepen op de rede van Arnemuiden kwamen. Middelburg was toen de stapelplaats van wijn voor West Europa. Er was een levendige scheepvaart vanuit de Oostzee naar Middelburg en vanaf Zuid Europa.
De Westerschelde was voor zeeschepen in die tijd niet bevaarbaar. De kleinere zeeschepen konden over de Oosterschelde naar Antwerpen. Het meeste van de vracht werd overgeslagen in binnenvaartschepen. Ook reizigers moesten hiervan gebruik maken.
De ontwikkeling van de binnenvaart was sterk afhankelijk van de economie. In de Gouden Eeuw was er een bloeitijd, ook in de binnenvaart in Zeeland. Er werden door de plaatselijke overheden concessies uitgegeven voor de beurtvaart op plaatsen in Zeeland maar ook naar de “grote” steden als Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen. De schippers waren daardoor ook diegenen die met nieuws uit de “rest” van de wereld kwamen.
Houten vrachtschepen zijn in de binnenvaart tot ongeveer 1910 in de vaart geweest. Dit in tegenstelling tot de visserij waar er nog tot in de jaren dertig nieuwe houten schepen werden gebouwd. Houten vissersschepen zijn in Zeeland tot ongeveer 1950 in de vaart geweest.
Rond 1860 verschenen de eerste ijzeren schepen in de binnenvaart in Zeeland. In eerste instantie zeilschepen die waren afgeleid van de vroegere houten zeilschepen zoals tjalken. Het eerste nieuwe model ijzeren zeilschip was een klipper, afgeleid van de zeegaande klippers. Schepen die in de Delta (Zeeland) voeren waren dikwijls robuuster gebouwd in verband met de zeegang. Bij de Zeeuwse klippers waren het voor- en achterschip hoger, zo ontstond er meer zeeg (ronding) in het schip. Er waren ook schepen die speciaal gebouwd waren voor de doorgang van bepaalde kunstwerken in een plaats.
De Zeeuwse klipper Elizabeth van schipper Johannes Aarnoudse, aan de Rouaanse kaai te Middelburg in 1916. Eén van de twee zusterschepen van de Avontuur.
In Zeeland is er door het ontbreken van bruggen en dergelijke lang doorgezeild met vrachtschepen. De laatste verdween in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Op foto’s van de watersnoodramp in 1953 zijn nog een paar schepen te zien met masten.
Het motoriseren van de zeilschepen is in fasen verlopen. In eerste instantie kwam er een zijschroef aan boord, dit werd een lamme arm genoemd. In de meeste gevallen werd de schroefas aangedreven door een motor op het voordek. De schroefas hing van voren naar achteren langs het schip. Bij het doorvaren van een brug of het invaren van een sluis werd de schroefas met een klein kraantje in het gangboord gehesen. Het geheel was erg kwetsbaar. Later zijn er in deze schepen kleine dieselmotoren ingebouwd. Soms bij een schip van dertig meter maar zo’n 24 pk. Varen op tij waren ze immers gewend met het zeilen.
Na 1945 was het langzaam aan afgelopen met de beurtvaartdiensten en de kleine binnenvaart. De trein en de vrachtauto nam het vervoer over. Hoewel...... in verband met de drukte op de wegen zien we de laatste jaren het transport over water innoveren. Container vervoer, auto transporten maar ook de distributie van groot winkelbedrijf per binnenvaartschip neemt toe.








