Geschiedenis van de Avontuur
De Avontuur behoort tot de laatste generatie binnenvaartschepen welke nog als zeilschip werden gebouwd. Ze is dan ook een goed voorbeeld van het einde van de evolutie betreffende de zeilende binnenvaart. Ze moest immers de concurrentie aangaan met de grote sleepschepen en de opkomst van de eerste motorschepen.
Voor eigentijdse begrippen was de Avontuur een grote, moderne, handzame zeilklipper. Dit is onder meer af te leiden uit het feit dat al het zeilwerk bediend werd door middel van lieren, om arbeidskrachten te besparen. Niet alleen efficiëntie was van belang. Men hechte ook waarde aan het uiterlijk van het schip, de Avontuur heeft een opmerkelijk mooie zeeglijn. De roef was luxueus uitgevoerd en beschikte al over een toilet, wat voor eigentijdse begrippen modern was.
De Avontuur zwaar beladen onder zeil.
De Avontuur is in 1914 gebouwd als Zeeuwse tweemast klipper op de werf van Gebroeders Geleijns te Roodevaart bij de Moerdijk. De werf bouwde destijds nog twee identieke zusterschepen volgens dezelfde tekening. Dit waren de Elizabeth en de Adriana (later Catharina).
Het zusterschip Catharina van schipper Schot hier opvarend op de Lek bij Jaarsveld in 1930. Deze reis ging van Antwerpen naar Koog a/d Zaan met antracietkolen. De Catharina werd later in 1983 gesloopt te Ooltgensplaat.
De eerste eigenaar van de Avontuur was schipper Van de Vlies uit Halsteren. Het schip was bestemd voor het vervoer van materialen voor waterstaatwerken in Zeeland en langs de kust. Het schip had dan ook een beperkt certificaat voor de kustvaart. Er werd ook wel buitenom langs de Zeeuwse kust gevaren. Deze schepen werden ook wel ”steenbonken” genoemd en waren extra zwaar gebouwd. De kubieke meter inhoud was 425 meter met een laadvermogen van 285 ton. Het laadvermogen is later opgetrokken tot 299 ton door het verhogen van de gangboorden met “kalfdekken”, genoemd naar een toenmalige minister van verkeer en waterstaat.
De Avontuur lost kolen te Lekkerkerk. De kolen werden in het ruim in zakken geschept en afgewogen op een bascule tot een gewicht van 70(!) kilo. Over de loopplank werden de zakken aan wal gedragen.
Het schip was indertijd één van de grootste zeilende binnenvaartschepen die Nederland kende. In 1927 werd schipper Arie Neef eigenaar. Er werd toen meer op de Rijn gevaren. De rivier op werd het schip gesleept achter een sleepboot. De rivier af werd gezeild en gesteveld. Om onder de bruggen door te kunnen werd de hoofdmast gestreken. De steng van de bezaanmast liet men zakken. Er werden o.a. kolen naar Zeeland vervoerd voor de gasfabrieken en bieten in het bietenseizoen. Schipper Neef had vier zonen, welke aan boord zijn opgegroeid, Klaas de oudste zoon werd later de schipper/eigenaar.
De familie Neef met hun schip, ingesloten in het ijs te Ruhrort in 1929.
De familie Neef voer veertig jaar met de Avontuur, eerst als zeilschip, later als motorvrachtschip. In 1938 kwam er een zijschroef aan boord. Met een groot vliegwiel en een band werd de zijschroef aangedreven. In 1944 is het schip tot zinken gebracht bij het Axelse Sas in Zeeuws Vlaanderen door het terugtrekkende Duitse leger. Dit door middel van een landmijn in het ruim aan stuurboordzijde. Het schip is vrij snel gelicht, er was namelijk een enorm tekort aan transport over water. Het betekende wel het einde van de zeiltijd. Van de masten werden planken gezaagd waarvan de eerste stuurhut werd gemaakt. In eerste instantie werd er doorgevaren met de zijschroef. Later werd er een drie cilinder Deutz geplaatst.
In 1972 wilde Klaas Neef ophouden met varen en zou het schip worden gesloopt in het kader van een saneringsregeling. Een schipper uit Groningen ruilde zijn schip met bijbetaling op de Avontuur in. Hij heeft er nooit mee gevaren, wegens ziekte heeft hij het schip in 1972 weer doorverkocht aan van de Vlag uit Groningen. Schipper van de Vlag doopte het schip om in Da Capo. De 3 cilinder Deutz motor werd vervangen door een 4 cilinder Deutz SA4M 428 van 160 pk uit 1953. Dit is een langzaam loper van maximaal 600 toeren. Deze motor werd bij Deutz in Duitsland gereviseerd en ingebouwd. Schipper van de Vlag wilde in 1982 ook stoppen met varen en gebruik maken van een toenmalige saneringsregeling. Dit zou het einde betekenen voor de Avontuur.
Via een radioprogramma van de KRO hebben we een oproep gedaan waar er nog een Zeeuwse klipper te koop lag. We hebben hierop een tiental reacties gehad, en zijn naar een zestal schepen gaan kijken. De Avontuur, onder de naam Da Capo, lag in Amsterdam aan het IJ. Schipper van de Vlag vond het jammer dat het schip gesloopt zou worden. Hij heeft ons attent gemaakt op een regeling bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat dat we als Stichting het schip konden kopen tegen de schrootprijs. Dit op voorwaarde dat we het schip ongeschikt zouden maken voor de vrachtvaart en voor een ideëel doel zouden gebruiken. De koop werd gesloten voor Fl. 13.000.
Voor de restauratie van de Avontuur hebben we gekozen voor de staat waarin het schip tijdens de zeilperiode verkeerde. Nog steeds worden met behulp van de gebroeders Neef oude details besproken. Jan Neef heeft dikwijls ook schetsen gemaakt van onderdelen van het schip. Kwam hij er niet uit, dan volgde familieberaad.
Het schip wordt hoofdzakelijk gerestaureerd door vrijwilligers. In de beginfase zijn we eerst als motorschip gaan verhuren. In eerste instantie is er een stalen tussendek aangebracht. Dit was een eis van het ministerie in verband met het ongeschikt maken als vrachtschip. Daarna zijn er slaaphutten en een kombuis annex bar aangebracht.
Op 23 september 1989 is in Middelburg de hoofdmast geplaatst door burgemeester Rutten. Sinds die tijd wordt het schip verhuurd als zeilschip om in het onderhoud en de verdere restauratie te voorzien.








